Schuilkerk
Bijdrage van ds Dirk Ophoff VOM HIMMEL HOCH Als je aan Luther en het kerstfeest denkt, kun je niet om het lied ‘Vom Himmel hoch, da komm ich her’ heen. In het Liedboek is het opgenomen in de vertaling van Jan Wit: Ik ben een engel van de Heer, Lied 469. Eigenlijk is het een kinderlied maar de populariteit en het gebruik ervan reiken veel verder, tot in composities van Bach toe. Luther schreef het lied in 1535, aanvankelijk op een bestaand volkswijsje. Vier jaar later voegde hij de melodie toe waarop we het lied nog altijd zingen. De opbouw van deze melodie zegt veel over de sfeer die Luther aan het lied heeft willen meegeven. Ze begint namelijk met een korte, hoge noot, een octaaf hoger dan de grondtoon. Net als in zijn bekende ‘Een vaste burcht’. Op deze manier krijgt het lied een verkondigend karakter. De melodie werkt als een signaal waarmee belangrijk nieuws wordt geproclameerd. Muziek en tekst gaan hier perfect hand in hand. Want ook inhoudelijk valt het lied met de deur in huis. Zonder verdere introductie zijn we bij de herders in het veld en wordt de engel die aan hen verschijnt sprekend ingevoerd: ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’. Al gauw is de behoefte gevoeld om aan de tekst van Luther toch een inleidend couplet toe te voegen. Valentin Triller gaf de engel een in zijn ogen passende introductie: Es kam ein Engel hell und klarvon Gott aufs Feld zur Hirtenschar;der war gar sehr von Herzen frohund sprach zu ihnen fröhlich so. Gelukkig heeft deze toevoeging het Liedboek niet gehaald. Het fraaie van Luthers inzet is nu juist dat je onmiddellijk in het kerstverhaal zit en direct aangesproken wordt. Iets van het overrompelende dat de verschijning van de engel voor de herders heeft gehad, is zo bewaard gebleven. Deze directheid zorgt er bovendien voor dat het kerstverhaal z’n actualiteit behoudt. Wat de engel eens tot de herders zei, wordt zonder omwegen een boodschap voor wie vandaag kerst viert. De engel staat niet alleen in het veld van Efratha maar ook bij ons thuis, midden in het gezin. En hij spoort ook ons aan – en met name de kinderen; het is immers een kinderlied – om op zoek te gaan: Let goed op wat ik je vertel, dan vind je vast dat kindje wel: ’t ligt in een kribbe in een stal. Toch is Hij koning van ’t heelal. Op een soepele manier weet Luther vervolgens de overgang te maken van de verkondiging door de engel naar de verwerking van het kerstevangelie door ons. De theologie wordt hier persoonlijk: ‘Gij zoekt mij op in donk’re nacht’. Intiem zelfs: O kindje Jezus, lief en zoet, spreid U een bedje in mijn gemoed en blijf bij mij in lief en leed, zodat ik Heer, U nooit vergeet. En uiteindelijk blij en uitbundig: Dan ben ik vrolijk en gerust en zing en spring naar hartenlust. Nergens wordt het lied beschouwend – zoals deze bijdrage aan Kruispunt onvermijdelijk wel is. In alle vijftien coupletten maak je zelf deel uit van het verhaal. Zo leert Luther jong en oud het kerstfeest vieren. Ds. Dirk Ophoff
Schuilkerk

Commodo proident ullamco

Elit, sed sunt irure consequat qui velit in. Deserunt cupidatat nostrud fugiat et occaecat dolor nisi esse proident ad consequat labore ipsum officia adipisicing consequat occaecat qui. Est, dolore laboris, aliquip, pariatur ut amet anim veniam elit in irure. Id esse sit, voluptate esse amet adipisicing sint officia aute aliqua cillum sed in quis exercitation. Et in ad reprehenderit. Ex non enim exercitation, labore cupidatat ullamco est veniam consequat ea nisi ut et ut est in sit. Magna deserunt ea in et elit cillum consectetur.

Dolore sed occaecat eiusmod,

fugiat aliquip culpa in quis

exercitation aute exercitation

Aliqua lorem ex sed anim adipisicing nostrud cillum. Proident occaecat ut est fugiat consequat aute labore nisi magna labore exercitation. Tempor aliqua mollit incididunt consectetur velit mollit est nisi est nostrud consectetur ut. In ut enim in pariatur ad. t deserunt culpa dolor velit cillum dolore dolor sit. Tempor adipisicing veniam ex ut. Veniam commodo ut ipsum eiusmod excepteur sint veniam, irure duis, ad fugiat ut. Exercitation laboris eu cupidatat culpa occaecat id. Exercitation lorem duis.
VAN DE DOMINEE Bijdrage van ds Dirk Ophoff VOM HIMMEL HOCH Als je aan Luther en het kerstfeest denkt, kun je niet om het lied ‘Vom Himmel hoch, da komm ich her’ heen. In het Liedboek is het opgenomen in de vertaling van Jan Wit: Ik ben een engel van de Heer, Lied 469. Eigenlijk is het een kinderlied maar de populariteit en het gebruik ervan reiken veel verder, tot in composities van Bach toe. Luther schreef het lied in 1535, aanvankelijk op een bestaand volkswijsje. Vier jaar later voegde hij de melodie toe waarop we het lied nog altijd zingen. De opbouw van deze melodie zegt veel over de sfeer die Luther aan het lied heeft willen meegeven. Ze begint namelijk met een korte, hoge noot, een octaaf hoger dan de grondtoon. Net als in zijn bekende ‘Een vaste burcht’. Op deze manier krijgt het lied een verkondigend karakter. De melodie werkt als een signaal waarmee belangrijk nieuws wordt geproclameerd. Muziek en tekst gaan hier perfect hand in hand. Want ook inhoudelijk valt het lied met de deur in huis. Zonder verdere introductie zijn we bij de herders in het veld en wordt de engel die aan hen verschijnt sprekend ingevoerd: ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’. Al gauw is de behoefte gevoeld om aan de tekst van Luther toch een inleidend couplet toe te voegen. Valentin Triller gaf de engel een in zijn ogen passende introductie: Es kam ein Engel hell und klarvon Gott aufs Feld zur Hirtenschar;der war gar sehr von Herzen frohund sprach zu ihnen fröhlich so. Gelukkig heeft deze toevoeging het Liedboek niet gehaald. Het fraaie van Luthers inzet is nu juist dat je onmiddellijk in het kerstverhaal zit en direct aangesproken wordt. Iets van het overrompelende dat de verschijning van de engel voor de herders heeft gehad, is zo bewaard gebleven. Deze directheid zorgt er bovendien voor dat het kerstverhaal z’n actualiteit behoudt. Wat de engel eens tot de herders zei, wordt zonder omwegen een boodschap voor wie vandaag kerst viert. De engel staat niet alleen in het veld van Efratha maar ook bij ons thuis, midden in het gezin. En hij spoort ook ons aan – en met name de kinderen; het is immers een kinderlied – om op zoek te gaan: Let goed op wat ik je vertel, dan vind je vast dat kindje wel: ’t ligt in een kribbe in een stal. Toch is Hij koning van ’t heelal. Op een soepele manier weet Luther vervolgens de overgang te maken van de verkondiging door de engel naar de verwerking van het kerstevangelie door ons. De theologie wordt hier persoonlijk: ‘Gij zoekt mij op in donk’re nacht’. Intiem zelfs: O kindje Jezus, lief en zoet, spreid U een bedje in mijn gemoed en blijf bij mij in lief en leed, zodat ik Heer, U nooit vergeet. En uiteindelijk blij en uitbundig: Dan ben ik vrolijk en gerust en zing en spring naar hartenlust. Nergens wordt het lied beschouwend – zoals deze bijdrage aan Kruispunt onvermijdelijk wel is. In alle vijftien coupletten maak je zelf deel uit van het verhaal. Zo leert Luther jong en oud het kerstfeest vieren. Ds. Dirk Ophoff