Schuilkerk
Het orgel in deze kerk dateert uit 1859 en is gebouwd door de Rotterdamse orgelbouwer W.H. Kam. Tijdens de bouw is gebruik gemaakt van ouder pijpwerk, afkomstig uit het in 1809 door J.D. Nolting gebouwde orgel in het gebombardeerde kerkgebouw aan de Havendijk. In 1924 onderging het orgel een ingrijpende wijziging waarbij o.a. de mechanische tractuur werd vervangen door pneumatische apparatuur. Ook werd de dispositie conform de inzichten van die tijd sterk gewijzigd. Vele meer en minder geslaagde reparaties door diverse orgelbouwers volgden. Uiteindelijk verkeerde het orgel tijdens de kerksluiting in 1984 in zeer erbarmelijke staat. Na de laatste restauratie van het kerkgebouw in 1989 volgde een totale restauratie door orgelbouwer Pels & van Leeuwen (voltooid in 1996) waarbij het oorspronkelijke concept uit 1859 het uitgangspunt was. Momenteel beschikt het orgel over 15 registers, verdeeld over 2 klavieren en een zelfstandig Pedaal. De klank is voldoende krachtig, romantisch warm en muzikaal expressief.

Het orgel

DISPOSITIE VAN HET ORGEL: (KAM - 1859): Hoofdwerk: (C–f3) Nevenwerk: (C-f3) Bourdon 16 Holpijp 8 Prestant 8 Viola 8 Roerfluit 8 Fluit 4 Octaaf 4 Fugara 4 Roerfluit 4 Woudfluit 2 Quint 3 Tremulant Octaaf 2 Cornet 3 st. Dulciaan 8 B/D Pedaal: (C-d1) Subbas 16 Manuaalkoppel I + II Pedaalkoppel P + I Toonhoogte: 450 Hz.