Schuilkerk
BIJ DE DIENSTEN
Inmiddels is er een aantal diensten te zien op ons eigen You Tube kanaal Lutherse kerk Gorinchem Dienst Ds Erwin de Fouw Kerkdienst 11-4-2021 Ds. E. de Fouw - YouTube Dienst Ds Marloes Meijer uit Engelen: Kerkdienst 30-05-2021 ds. M.Meijer - YouTube Dienst Pastor Pieter Visschers: Kerkdienst 20-6-2021 Pastor Pieter Visschers - YouTube
Preek 27 maart 2022 Gorinchem Broeders en zusters Op weg naar Pasen, vandaag op de helft van de veertig dagen, horen wij in het evangelie: het was kort voor het Joodse pesachfeest. Paasfeest, gedachtenis van de doortocht door de Rode Zee, met de dood van Egypte voorgoed achter je; de bevrijding o.l.v. Mozes. En dan het pesachfeest o.l.v. Jozua, dat het volk viert als ze na 40 jaar uit de woestijn komen en de Jordaan zijn overgestoken. Weer door het water, naar de overkant, opnieuw zonder te verdrinken. Het water, die macht van de dood, kreeg hen weer niet te pakken. Bijna zoals de mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht, behouden aankomen bij ons of in andere landen, en de Kremlinse Farao kreeg hen niet te pakken. Een oversteek door het doodswater heen, Paulus zegt dat ze ten tijde van Mozes gedoopt zijn in de zee (1 Kor.10:2); je zou kunnen toevoegen: en ten tijde van Jozua gedoopt in de rivier. Zo vieren ze in het beloofde land Pasen, het nieuwe leven, samen etend en drinkend voor Gods aangezicht. Paulus zegt: ze aten hetzelfde geestelijke voedsel en dronken dezelfde geestelijke drank. Dat zijn de draden die de evangelist Johannes oppakt. Door van Jezus te zeggen dat hij de zee oversteekt, de zee van Tiberias, en dat het Joodse Pesachfeest vlakbij is, suggereert hij dat Galilea even het beloofde land mag zijn. De Heer is overgestoken, gevolgd door een talrijke schare; zo komen we aan de overkant, dwars door het doodswater heen, en vieren we Pasen, hier in Galilea. Later, na zijn opstanding, eet Hij opnieuw vis met zijn leerlingen, en heeft daarbij weer voor brood gezorgd, al die verhalen verwijzen naar elkaar. Brood, manna in de woestijn, brood uit de hemel, zo duidt Jezus het in dit hoofdstuk aan. En dan die vis uit het water als teken van de doop, zoals wij na onze doop uit het water komen, aan de overkant met Jezus. Jezus die zelf als Vis wordt getekend, want het Griekse woord voor vis, Ichthus, is de afkorting van Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. Dat alles brengt de evangelist hier bijeen in zijn verhaal, en meer nog. We zijn niet alleen even in het beloofde land, aan de overkant met Jezus. We zijn ook met Hem op de berg; weet je nog, toen op de berg Sinaï, toen het volk de Tien Woorden van God hoorde, en 70 oudsten van Israel de berg op mochten, etend en drinkend voor Gods aangezicht. Weet je nog, Jezus met Mozes en Elia op de berg, toen de glans van zijn toekomstige heerlijkheid even zichtbaar werd. En tegelijk zijn we op de berg Sion, waar eenmaal de hele mensheid heen zal trekken, omdat de Heer daar een feestmaal heeft aangericht voor alle volken, zoals Jesaja vertelt: beeld van Gods toekomst, van onze bestemming. Zo zet deze simpele plaatsaanduiding het decor neer en legt daarmee uit wat de maaltijd betekent die Jezus aanricht voor zijn volk. Een maaltijd met de Heer die door het water heen aan de overkant komt te staan, Hij de vis, Hij het levende brood uit de hemel, Hij die zijn volk wil spijzigen met zichzelf, zijn lichaam en bloed – wat we hier vieren nu zijn maaltijd wordt aangericht. Broden en vissen, vijf en twee, dat verwijst naar het manna in de woestijn, vijf dagen lang konden ze het verzamelen, op de zesde dag dubbel, voor twee dagen genoeg. Vijf broden, dat verwijst naar de vijf boeken van Mozes; hier in Galilea staan deze vijfduizend man model voor het volk dat leeft uit de wet van Mozes. Heel Israël wordt hier gespijzigd. Er blijven twaalf manden vol brokken over, daarmee kunnen ze alle stammen van Israël langs, zoals twaalf verspieders terugkwamen met al het goede uit het beloofde land, om daar het volk van te laten proeven. Elke maaltijd van de Heer is een voorproefje van Gods grote toekomst. De mensen in dit verhaal herkennen dat, ze roepen: Hij is de profeet, die in de wereld komen zou! Misschien denken ze aan de profeet Elisa die honderd mensen spijzigde. Of aan Mozes. Die werd het allereerst een profeet genoemd, in de joodse traditie wordt de Messias ook met Mozes vergeleken. De rabbijnen zeggen: zoals de eerste verlosser was, zo zal de laatste verlosser zijn. Zoals de eerste verlosser het manna liet neerdalen, zo zal de laatste verlosser het manna doen neerdalen. Zo wordt in dit teken van het brood Jezus herkend als de verlosser, de profeet, de messias die komen zou. Geef ons heden ons dagelijks brood – hier is het Jezus die dat brood geeft. Dankzij Hem delen de mensen het brood met elkaar. Er komt een jongen in beeld die zijn gerstebroden en vissen afstaat. Jezus begint ervan uit te delen, iedereen deelt met elkaar, er is genoeg. Een wonder – zo wordt Hij als profeet herkend. Delen is vermenigvuldigen geworden. En dat begint bij die jongen. Een mooi detail, dat alleen Johannes heeft. Bij Matteüs, Marcus en Lucas moeten de leerlingen het volk te eten geven. Zij zijn de diakenen, het volk blijft passief en ontvangt. Maar hier staat iemand uit het volk met het benodigde brood in zijn handen. De gaven voor de maaltijd worden aangedragen vanuit de mensen, dat laat deze jongen in het evangelie zien. Daarom worden in veel avondmaalsdiensten het brood en de wijn tegelijk met het ingezamelde geld naar voren gebracht. Vroeger kwam dat nog duidelijker in beeld: mensen namen geen geld mee, maar groente of fruit, zelfgemaakt brood, wijn, vlees, allemaal voor de armen. Een collecte in natura. De diakenen namen het in ontvangst en brachten iets uit deze collecte, wat brood en wijn, naar voren om als avondmaalsgaven te dienen. Die gaven bieden wij God aan, en in die gaven bieden we iets van onszelf aan. In onze gaven geven wij onszelf, zoals de Heer zichzelf gegeven heeft; want vervolgens worden in het avondmaal die gaven van ons het teken van zijn overgave voor ons, teken hoe Hij zichzelf nog altijd aan ons geeft. Zo is Hij ons Paaslam, brood voor ons hart dat wij delen met elkaar. Geestelijk voedsel en geestelijke drank, zoals Paulus het noemt, met elkaar delen we het, zo wordt ons geloof gevoed. Wat delen wij van ons leven, ons geloof? Wat voedt ons? Waar vinden wij brood voor ons hart? Hier en op zoveel andere plekken. Vanmorgen en op zoveel andere momenten. Aan tafel, in liederen en gebeden, in gesprekken met elkaar over je geloof, over hoe jij en die ander je weg zoekt door het leven. De verrassing van de herkenning: je diepste beleving terugvinden in woorden van anderen, gelovigen uit deze tijd, gelovigen van eeuwen her. Oude en nieuwe woorden, de traditie gaat door. Een popsong nu, een gebrandschilderd raam uit de middeleeuwen, de sfeer van een oude of juist een nieuwe kapel. Een oude psalm, een lied uit het nieuwe liedboek, de oerkreet: Kyrie eleison, Heer ontferm U! En altijd taal van mensen. Mensen van toen en nu, mensen van alle tijden, mensen als wij. Soms teleurgesteld, dan weer bemoedigd; verdriet en vreugde, vallen en opstaan. Hoe zij dat uitdrukken en hoe dat ons raakt. In alles de verwondering over Gods mysterie: dat we niet alleen zijn. Dat we worden vastgehouden, door alles heen. Liefde die sterker is dan de dood. Licht dat het duister overwint. Zuiverheid als zout der aarde, een grotere kracht dan de machten van bederf. Waarheid die de leugen inhaalt. Schoonheid die toch boven de lelijkheid uitstijgt. Dat herkennen we en beleven we in die wereldwijde gemeenschap van mensen, van toen en nu - een ketting van generaties die daarin hebben geloofd, daaruit hebben geleefd, daarvoor zijn gestorven; het gaat door tot op vandaag, ook in de opvang van wie moest vluchten. De kerk van Christus, wereldwijd en hemelhoog, allen die ons zijn voorgegaan en daarboven ergens op de tribune zitten: de wolk van getuigen om ons heen, met ons verbonden in geloof en hoop en liefde. Hun geloof in God boven ons uit en om ons heen, in Jezus de Heer naast ons en voor ons uit, in de Geest in ons die ons bezielt en leidt. Hun hoop die ons gaande houdt, hun liefde die ons omgeeft. Samen zijn we kerk, gemeenschap van mensen op weg naar Gods toekomst. In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Diensten met ds. Gert Landman zijn altijd weer bijzondere diensten. Hij zingt graag en zal dat ook in deze dienst doen. Sinds zijn emeritaat valt hij her en der in als predikant, momenteel in Den Dolder. Hij studeerde aan de Pedagogische Academie te Ede met als hoofdvak muziek. Daarna volgde hij een studie theologie te Kampen en Amsterdam. In 2002 promoveerde hij op een liturgisch-exegetisch thema. Binnen onze kerk was hij als predikant verbonden aan de gemeenten van Amsterdam-Noord (1981-1989) en De Bilt (1981-2016). Hij was medewerker aan de twee delen van het Dienstboek van onze kerk (met daarin orden van dienst voor allerlei soorten van kerkdiensten) en tevens lid van de redactie en diverse werkgroepen en commissies van het jongste Liedboek. Aan meer dan dertig liederen is op enigerlei wijze zijn naam verbonden: of omdat hij de tekst vanuit een vreemde taal in het Nederlands vertaalde, of omdat hij zelf een tekst schreef, of omdat de melodie een compositie van zijn hand is, of vanwege zijn bijdrage aan zowel de tekst als de melodie. De gehele liturgie als PDF: zondag Laetare 27 maart
Schuilkerk
Preek en overdenkingen
Inmiddels is er een aantal diensten te zien op ons eigen You Tube kanaal Lutherse kerk Gorinchem Dienst Ds Erwin de Fouw Kerkdienst 11-4-2021 Ds. E. de Fouw - YouTube Dienst Ds Marloes Meijer uit Engelen: Kerkdienst 30-05-2021 ds. M.Meijer - YouTube Dienst Pastor Pieter Visschers: Kerkdienst 20-6-2021 Pastor Pieter Visschers - YouTube
Preek 27 maart 2022 Gorinchem Broeders en zusters Op weg naar Pasen, vandaag op de helft van de veertig dagen, horen wij in het evangelie: het was kort voor het Joodse pesachfeest. Paasfeest, gedachtenis van de doortocht door de Rode Zee, met de dood van Egypte voorgoed achter je; de bevrijding o.l.v. Mozes. En dan het pesachfeest o.l.v. Jozua, dat het volk viert als ze na 40 jaar uit de woestijn komen en de Jordaan zijn overgestoken. Weer door het water, naar de overkant, opnieuw zonder te verdrinken. Het water, die macht van de dood, kreeg hen weer niet te pakken. Bijna zoals de mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht, behouden aankomen bij ons of in andere landen, en de Kremlinse Farao kreeg hen niet te pakken. Een oversteek door het doodswater heen, Paulus zegt dat ze ten tijde van Mozes gedoopt zijn in de zee (1 Kor.10:2); je zou kunnen toevoegen: en ten tijde van Jozua gedoopt in de rivier. Zo vieren ze in het beloofde land Pasen, het nieuwe leven, samen etend en drinkend voor Gods aangezicht. Paulus zegt: ze aten hetzelfde geestelijke voedsel en dronken dezelfde geestelijke drank. Dat zijn de draden die de evangelist Johannes oppakt. Door van Jezus te zeggen dat hij de zee oversteekt, de zee van Tiberias, en dat het Joodse Pesachfeest vlakbij is, suggereert hij dat Galilea even het beloofde land mag zijn. De Heer is overgestoken, gevolgd door een talrijke schare; zo komen we aan de overkant, dwars door het doodswater heen, en vieren we Pasen, hier in Galilea. Later, na zijn opstanding, eet Hij opnieuw vis met zijn leerlingen, en heeft daarbij weer voor brood gezorgd, al die verhalen verwijzen naar elkaar. Brood, manna in de woestijn, brood uit de hemel, zo duidt Jezus het in dit hoofdstuk aan. En dan die vis uit het water als teken van de doop, zoals wij na onze doop uit het water komen, aan de overkant met Jezus. Jezus die zelf als Vis wordt getekend, want het Griekse woord voor vis, Ichthus, is de afkorting van Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. Dat alles brengt de evangelist hier bijeen in zijn verhaal, en meer nog. We zijn niet alleen even in het beloofde land, aan de overkant met Jezus. We zijn ook met Hem op de berg; weet je nog, toen op de berg Sinaï, toen het volk de Tien Woorden van God hoorde, en 70 oudsten van Israel de berg op mochten, etend en drinkend voor Gods aangezicht. Weet je nog, Jezus met Mozes en Elia op de berg, toen de glans van zijn toekomstige heerlijkheid even zichtbaar werd. En tegelijk zijn we op de berg Sion, waar eenmaal de hele mensheid heen zal trekken, omdat de Heer daar een feestmaal heeft aangericht voor alle volken, zoals Jesaja vertelt: beeld van Gods toekomst, van onze bestemming. Zo zet deze simpele plaatsaanduiding het decor neer en legt daarmee uit wat de maaltijd betekent die Jezus aanricht voor zijn volk. Een maaltijd met de Heer die door het water heen aan de overkant komt te staan, Hij de vis, Hij het levende brood uit de hemel, Hij die zijn volk wil spijzigen met zichzelf, zijn lichaam en bloed – wat we hier vieren nu zijn maaltijd wordt aangericht. Broden en vissen, vijf en twee, dat verwijst naar het manna in de woestijn, vijf dagen lang konden ze het verzamelen, op de zesde dag dubbel, voor twee dagen genoeg. Vijf broden, dat verwijst naar de vijf boeken van Mozes; hier in Galilea staan deze vijfduizend man model voor het volk dat leeft uit de wet van Mozes. Heel Israël wordt hier gespijzigd. Er blijven twaalf manden vol brokken over, daarmee kunnen ze alle stammen van Israël langs, zoals twaalf verspieders terugkwamen met al het goede uit het beloofde land, om daar het volk van te laten proeven. Elke maaltijd van de Heer is een voorproefje van Gods grote toekomst. De mensen in dit verhaal herkennen dat, ze roepen: Hij is de profeet, die in de wereld komen zou! Misschien denken ze aan de profeet Elisa die honderd mensen spijzigde. Of aan Mozes. Die werd het allereerst een profeet genoemd, in de joodse traditie wordt de Messias ook met Mozes vergeleken. De rabbijnen zeggen: zoals de eerste verlosser was, zo zal de laatste verlosser zijn. Zoals de eerste verlosser het manna liet neerdalen, zo zal de laatste verlosser het manna doen neerdalen. Zo wordt in dit teken van het brood Jezus herkend als de verlosser, de profeet, de messias die komen zou. Geef ons heden ons dagelijks brood – hier is het Jezus die dat brood geeft. Dankzij Hem delen de mensen het brood met elkaar. Er komt een jongen in beeld die zijn gerstebroden en vissen afstaat. Jezus begint ervan uit te delen, iedereen deelt met elkaar, er is genoeg. Een wonder – zo wordt Hij als profeet herkend. Delen is vermenigvuldigen geworden. En dat begint bij die jongen. Een mooi detail, dat alleen Johannes heeft. Bij Matteüs, Marcus en Lucas moeten de leerlingen het volk te eten geven. Zij zijn de diakenen, het volk blijft passief en ontvangt. Maar hier staat iemand uit het volk met het benodigde brood in zijn handen. De gaven voor de maaltijd worden aangedragen vanuit de mensen, dat laat deze jongen in het evangelie zien. Daarom worden in veel avondmaalsdiensten het brood en de wijn tegelijk met het ingezamelde geld naar voren gebracht. Vroeger kwam dat nog duidelijker in beeld: mensen namen geen geld mee, maar groente of fruit, zelfgemaakt brood, wijn, vlees, allemaal voor de armen. Een collecte in natura. De diakenen namen het in ontvangst en brachten iets uit deze collecte, wat brood en wijn, naar voren om als avondmaalsgaven te dienen. Die gaven bieden wij God aan, en in die gaven bieden we iets van onszelf aan. In onze gaven geven wij onszelf, zoals de Heer zichzelf gegeven heeft; want vervolgens worden in het avondmaal die gaven van ons het teken van zijn overgave voor ons, teken hoe Hij zichzelf nog altijd aan ons geeft. Zo is Hij ons Paaslam, brood voor ons hart dat wij delen met elkaar. Geestelijk voedsel en geestelijke drank, zoals Paulus het noemt, met elkaar delen we het, zo wordt ons geloof gevoed. Wat delen wij van ons leven, ons geloof? Wat voedt ons? Waar vinden wij brood voor ons hart? Hier en op zoveel andere plekken. Vanmorgen en op zoveel andere momenten. Aan tafel, in liederen en gebeden, in gesprekken met elkaar over je geloof, over hoe jij en die ander je weg zoekt door het leven. De verrassing van de herkenning: je diepste beleving terugvinden in woorden van anderen, gelovigen uit deze tijd, gelovigen van eeuwen her. Oude en nieuwe woorden, de traditie gaat door. Een popsong nu, een gebrandschilderd raam uit de middeleeuwen, de sfeer van een oude of juist een nieuwe kapel. Een oude psalm, een lied uit het nieuwe liedboek, de oerkreet: Kyrie eleison, Heer ontferm U! En altijd taal van mensen. Mensen van toen en nu, mensen van alle tijden, mensen als wij. Soms teleurgesteld, dan weer bemoedigd; verdriet en vreugde, vallen en opstaan. Hoe zij dat uitdrukken en hoe dat ons raakt. In alles de verwondering over Gods mysterie: dat we niet alleen zijn. Dat we worden vastgehouden, door alles heen. Liefde die sterker is dan de dood. Licht dat het duister overwint. Zuiverheid als zout der aarde, een grotere kracht dan de machten van bederf. Waarheid die de leugen inhaalt. Schoonheid die toch boven de lelijkheid uitstijgt. Dat herkennen we en beleven we in die wereldwijde gemeenschap van mensen, van toen en nu - een ketting van generaties die daarin hebben geloofd, daaruit hebben geleefd, daarvoor zijn gestorven; het gaat door tot op vandaag, ook in de opvang van wie moest vluchten. De kerk van Christus, wereldwijd en hemelhoog, allen die ons zijn voorgegaan en daarboven ergens op de tribune zitten: de wolk van getuigen om ons heen, met ons verbonden in geloof en hoop en liefde. Hun geloof in God boven ons uit en om ons heen, in Jezus de Heer naast ons en voor ons uit, in de Geest in ons die ons bezielt en leidt. Hun hoop die ons gaande houdt, hun liefde die ons omgeeft. Samen zijn we kerk, gemeenschap van mensen op weg naar Gods toekomst. In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Diensten met ds. Gert Landman zijn altijd weer bijzondere diensten. Hij zingt graag en zal dat ook in deze dienst doen. Sinds zijn emeritaat valt hij her en der in als predikant, momenteel in Den Dolder. Hij studeerde aan de Pedagogische Academie te Ede met als hoofdvak muziek. Daarna volgde hij een studie theologie te Kampen en Amsterdam. In 2002 promoveerde hij op een liturgisch-exegetisch thema. Binnen onze kerk was hij als predikant verbonden aan de gemeenten van Amsterdam-Noord (1981-1989) en De Bilt (1981- 2016). Hij was medewerker aan de twee delen van het Dienstboek van onze kerk (met daarin orden van dienst voor allerlei soorten van kerkdiensten) en tevens lid van de redactie en diverse werkgroepen en commissies van het jongste Liedboek. Aan meer dan dertig liederen is op enigerlei wijze zijn naam verbonden: of omdat hij de tekst vanuit een vreemde taal in het Nederlands vertaalde, of omdat hij zelf een tekst schreef, of omdat de melodie een compositie van zijn hand is, of vanwege zijn bijdrage aan zowel de tekst als de melodie De gehele liturgie als PDF: zondag Laetare 27 maart